Dossier: Dual-use
Het tiende kaderprogramma (KP10) moet openstaan voor projecten waarvan de resultaten zowel civiele als militaire toepassingen hebben. Dit stelt de Europese Commissie in het KP10-voorstel voor dat zij in juli 2025 presenteerde. Tot nu toe was de focus van Horizon Europe en haar voorgangers altijd strikt civiel. Op advies van experts breekt de Commissie nu met dat principe. De strikte scheiding zou zogezegd tot onnodige overlap en versnippering in de civiele en militaire sectoren leiden. De Commissie stelt dat Europa zich dit in de huidige geopolitieke context niet kan veroorloven. Hoe is deze wending tot stand gekomen en welke gevolgen zou deze toepassing hebben voor het kennisveld?
Wat stelt de Commissie voor?
In haar voorstel voor het volgende kaderprogramma (KP10) zet de Europese Commissie uitdrukkelijk in op projecten met dual-use toepassingen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen van meerdere expertrapporten, waaronder dat van Sauli Niinistö over Europese paraatheid op het gebied van defensie en van Manuel Heitor over de impact van onderzoek en innovatie (O&I). Beide pleiten voor een sterkere verankering van dual-use in het Europese kader voor O&I om de strategische autonomie van de EU te versterken.
Hoe de Commissie dit concreet wil vormgeven, is echter nog onduidelijk. Volgens het commissievoorstel zal KP10 “mogelijk dual-use acties ondersteunen”. Meer specifiek wordt benoemd dat de European Innovation Council in Pijler 3 dual-use start-ups en scale-ups moet gaan financieren, maar de overige componenten van het programma worden in de artikelen niet expliciet aan dual-use gekoppeld. De precieze reikwijdte van de financiering voor dual-use projecten binnen KP10 behoeft daarmee nog verdere concretisering.
Wat is dual-use onderzoek en innovatie?
Er bestaat bovendien geen eenduidige definitie van dual-use O&I. De Europese exportverordening voor dual-use items (2021) specificeert een aantal kritieke domeinen waarbinnen producten zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben. In dit document worden tien verschillende categorieën genoemd, waaronder telecommunicatie, sensoren en lasers, elektronica en navigatie. Academici hanteren soms echter een bredere definitie, waarin verwezen wordt naar alle onderzoeksresultaten, ongeacht het domein, die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen dienen. In deze interpretatie zijn het niet alleen producten, software of technologieën die dual-use toepassingen kunnen hebben, maar ook de resultaten van fundamenteel onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek op het gebied van de menselijke psychologie of desinformatie.
In de context van KP10 heeft de Commissie nog geen uitsluitsel gegeven over de criteria aan de hand waarvan vastgesteld zal worden of een project als dual-use kwalificeert. Het blijft daarom moeilijk voor onderzoekers om te bepalen wanneer hun onderzoek dual-use potentieel heeft. Gaat het om een lijst van reeds gedefinieerde technologieën of is het de taak van de onderzoekers om aan te tonen op welke manier hun onderzoek zowel civiele als militaire toepassingen zou kunnen hebben?
En wat zijn de concrete gevolgen voor het kennisveld?
Naast dat er onduidelijkheid leeft over wat de Commissie precies bedoelt met dual-use onderzoek en innovatie, heeft de kennissector ook vragen over de concrete gevolgen van dit beleid. Ten eerste, wat betekent het openstellen van het programma voor dual-use onderzoek en innovatie concreet voor de regels voor deelname aan het programma? Veiligheidsvoorschriften en regelgeving zijn immers wezenlijk anders dan die voor zuiver civiel onderzoek. Dit raakt aan een tweede vraag: Wat gaat het uitvoeren van dual-use onderzoek betekenen voor de toegang tot het programma van geassocieerde landen? Landen als Zwitserland vrezen dat een focus op dual-use het programma minder toegankelijk zal maken. Militaire toepassingen van onderzoeksresultaten vragen wellicht om meer geslotenheid vanuit de lidstaten ten behoeve van de Europese kennisveiligheid. Dit zou kunnen leiden tot minder openheid tegenover derde landen.
Voor de meeste organisaties in de O&I-sector is dual-use een nieuw en complex onderwerp. Neth-ER pleit daarom voor meer informatie over de mogelijke gevolgen van dual-use O&I in het kaderprogramma.
Het Europees Parlement zoekt naar detail
Ook het Europees Parlement stuurt aan op meer informatie over hoe de Commissie dual-use wil integreren in het kaderprogramma. Het conceptrapport van rapporteur Christian Ehler van de commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) gaat slechts in beperkte mate in op dit aspect van KP10. Het advies van de commissie veiligheid en defensie (SEDE) stelt daarentegen wel een aantal concrete amendementen voor. Zo moeten er aanvullende regels en veiligheidsvereisten komen voor geassocieerde landen om aan dual-use acties te mogen deelnemen. Daarnaast zouden projecten met dual-use toepassingen alleen in aanmerking komen voor financiering wanneer het desbetreffende werkprogramma een call expliciet openstelt voor dergelijke acties. Deze calls zouden bovendien uitsluitend openstaan voor projecten die een “technology readiness level” (TRL) van ten minste 6 hebben bereikt. Dit betekent dat er een prototype getest en gedemonstreerd wordt. Tenslotte moet er volgens SEDE een versneld mechanisme (fast track) komen waarmee dual-use projecten sneller opgenomen worden in de werkprogramma’s van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF).
Wat zijn de volgende stappen?
De komende maanden werkt de ITRE-commissie van het Europees Parlement aan haar gezamenlijke positie over het tiende kaderprogramma (KP10), het specifieke programma (SP10) en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). ITRE-leden kunnen tot 9 april 2026 amendementen indienen op de conceptverslagen over KP10 en SP10. Op 15 april bespreekt ITRE het conceptverslag over het ECF, waarna leden tot 21 april amendementen kunnen indienen. Andere Parlementaire commissies kunnen tot 24 april hun advies aanleveren over het ECF-verslag. Voor KP10 en SP10 ligt deze deadline vermoedelijk iets vroeger. In september stemt ITRE over de drie ontwerpverslagen. De plenaire stemming staat gepland voor oktober 2026, waarmee het Parlement zijn formele positie vaststelt voor de onderhandelingen met de Raad en de Commissie.
Wat stelt de Commissie voor?
In haar voorstel voor het volgende kaderprogramma (KP10) zet de Europese Commissie uitdrukkelijk in op projecten met dual-use toepassingen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen van meerdere expertrapporten, waaronder dat van Sauli Niinistö over Europese paraatheid op het gebied van defensie en van Manuel Heitor over de impact van onderzoek en innovatie (O&I). Beide pleiten voor een sterkere verankering van dual-use in het Europese kader voor O&I om de strategische autonomie van de EU te versterken.
Hoe de Commissie dit concreet wil vormgeven, is echter nog onduidelijk. Volgens het commissievoorstel zal KP10 “mogelijk dual-use acties ondersteunen”. Meer specifiek wordt benoemd dat de European Innovation Council in Pijler 3 dual-use start-ups en scale-ups moet gaan financieren, maar de overige componenten van het programma worden in de artikelen niet expliciet aan dual-use gekoppeld. De precieze reikwijdte van de financiering voor dual-use projecten binnen KP10 behoeft daarmee nog verdere concretisering.
Wat is dual-use onderzoek en innovatie?
Er bestaat bovendien geen eenduidige definitie van dual-use O&I. De Europese exportverordening voor dual-use items (2021) specificeert een aantal kritieke domeinen waarbinnen producten zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben. In dit document worden tien verschillende categorieën genoemd, waaronder telecommunicatie, sensoren en lasers, elektronica en navigatie. Academici hanteren soms echter een bredere definitie, waarin verwezen wordt naar alle onderzoeksresultaten, ongeacht het domein, die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen dienen. In deze interpretatie zijn het niet alleen producten, software of technologieën die dual-use toepassingen kunnen hebben, maar ook de resultaten van fundamenteel onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek op het gebied van de menselijke psychologie of desinformatie.
In de context van KP10 heeft de Commissie nog geen uitsluitsel gegeven over de criteria aan de hand waarvan vastgesteld zal worden of een project als dual-use kwalificeert. Het blijft daarom moeilijk voor onderzoekers om te bepalen wanneer hun onderzoek dual-use potentieel heeft. Gaat het om een lijst van reeds gedefinieerde technologieën of is het de taak van de onderzoekers om aan te tonen op welke manier hun onderzoek zowel civiele als militaire toepassingen zou kunnen hebben?
En wat zijn de concrete gevolgen voor het kennisveld?
Naast dat er onduidelijkheid leeft over wat de Commissie precies bedoelt met dual-use onderzoek en innovatie, heeft de kennissector ook vragen over de concrete gevolgen van dit beleid. Ten eerste, wat betekent het openstellen van het programma voor dual-use onderzoek en innovatie concreet voor de regels voor deelname aan het programma? Veiligheidsvoorschriften en regelgeving zijn immers wezenlijk anders dan die voor zuiver civiel onderzoek. Dit raakt aan een tweede vraag: Wat gaat het uitvoeren van dual-use onderzoek betekenen voor de toegang tot het programma van geassocieerde landen? Landen als Zwitserland vrezen dat een focus op dual-use het programma minder toegankelijk zal maken. Militaire toepassingen van onderzoeksresultaten vragen wellicht om meer geslotenheid vanuit de lidstaten ten behoeve van de Europese kennisveiligheid. Dit zou kunnen leiden tot minder openheid tegenover derde landen.
Voor de meeste organisaties in de O&I-sector is dual-use een nieuw en complex onderwerp. Neth-ER pleit daarom voor meer informatie over de mogelijke gevolgen van dual-use O&I in het kaderprogramma.
Het Europees Parlement zoekt naar detail
Ook het Europees Parlement stuurt aan op meer informatie over hoe de Commissie dual-use wil integreren in het kaderprogramma. Het conceptrapport van rapporteur Christian Ehler van de commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) gaat slechts in beperkte mate in op dit aspect van KP10. Het advies van de commissie veiligheid en defensie (SEDE) stelt daarentegen wel een aantal concrete amendementen voor. Zo moeten er aanvullende regels en veiligheidsvereisten komen voor geassocieerde landen om aan dual-use acties te mogen deelnemen. Daarnaast zouden projecten met dual-use toepassingen alleen in aanmerking komen voor financiering wanneer het desbetreffende werkprogramma een call expliciet openstelt voor dergelijke acties. Deze calls zouden bovendien uitsluitend openstaan voor projecten die een “technology readiness level” (TRL) van ten minste 6 hebben bereikt. Dit betekent dat er een prototype getest en gedemonstreerd wordt. Tenslotte moet er volgens SEDE een versneld mechanisme (fast track) komen waarmee dual-use projecten sneller opgenomen worden in de werkprogramma’s van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF).
Wat zijn de volgende stappen?
De komende maanden werkt de ITRE-commissie van het Europees Parlement aan haar gezamenlijke positie over het tiende kaderprogramma (KP10), het specifieke programma (SP10) en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). ITRE-leden kunnen tot 9 april 2026 amendementen indienen op de conceptverslagen over KP10 en SP10. Op 15 april bespreekt ITRE het conceptverslag over het ECF, waarna leden tot 21 april amendementen kunnen indienen. Andere Parlementaire commissies kunnen tot 24 april hun advies aanleveren over het ECF-verslag. Voor KP10 en SP10 ligt deze deadline vermoedelijk iets vroeger. In september stemt ITRE over de drie ontwerpverslagen. De plenaire stemming staat gepland voor oktober 2026, waarmee het Parlement zijn formele positie vaststelt voor de onderhandelingen met de Raad en de Commissie.

