Dossier: Horizon Europe (2028-2034)
Op 16 juli 2025 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor het tiende Kaderprogramma (KP10), met een budget van €175 miljard - bijna een verdubbeling ten opzichte van het huidige Horizon Europe (€93,5 miljard).
Het tiende EU-Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie
Het programma behoudt de merknaam "Horizon Europe" en introduceert een vierpijlerstructuur, maakt dual-use onderzoek standaard mogelijk, verdrievoudigt het budget van de European Innovation Council (EIC) en creëert een aparte pijler voor de Europese Onderzoeksruimte (ERA). Per maart 2026 bevindt het voorstel zich in actieve co-legislatieve onderhandeling: EP-rapporteur Christian Ehler eist €220 miljard en volledige onafhankelijkheid van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF), terwijl de Raad mikt op een Partiële Algemene Oriëntatie in mei 2026. Trilogen zijn nog niet gestart. Goedkeuring is nodig vóór eind 2027 voor een start op 1 januari 2028.
Opbouw van het programma
De Commissie heeft gekozen ervoor de merknaam "Horizon Europe" te behouden. De formele titel is Horizon Europe, het Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie, voor de periode 2028–2034, vastgelegd in voorgestelde Verordening COM(2025) 543 en Specifiek Programmabesluit COM(2025) 544.
De meest zichtbare structuurwijziging is de overgang van drie naar vier pijlers. Het huidige Horizon Europe kent drie pijlers (Excellent Science, Global Challenges & European Industrial Competitiveness, Innovative Europe) plus een horizontaal onderdeel voor widening en ERA. Het nieuwe programma verheft de Europese Onderzoeksruimte tot een volwaardige vierde pijler en herstructureert het collaboratief onderzoek fundamenteel.
| Pijler | Budget (lopende prijzen) | Belangrijkste onderdelen |
|---|---|---|
| I – Excellente Wetenschap | €44,1 miljard | ERC, MSCA, JRC (Science for EU Policies) |
| II – Concurrentievermogen en Samenleving | €75,9 miljard | Vier "policy windows" (schone transitie; gezondheid/biotech/bio-economie; digitaal leiderschap; weerbaarheid/veiligheid/defensie/ruimtevaart) + maatschappelijke uitdagingen + Missies + Nieuw Europees Bauhaus |
| III – Innovatie | €38,8 miljard | EIC (ARPA-model), innovatie-ecosystemen, kennisdriehoek |
| IV – Europese Onderzoeksruimte | €16,3 miljard | ERA-beleid, onderzoeks- en technologische infrastructuren, widening participation |
Binnen Pijler II worden de zes thematische clusters van het huidige Horizon Europe vervangen door vier policy windows, afgestemd op het nieuwe Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). Circa €68 miljard van Pijler II wordt in samenhang met het ECF beheerd, een ontwerpkeuze die het meest omstreden element in de onderhandelingen is geworden. Onderzoeksinfrastructuren verhuizen van Pijler I naar Pijler IV, en het European Institute of Innovation and Technology (EIT) is geheel afwezig uit het voorstel; de kennisdriehoekfunctie wordt opgenomen in Pijler III.
Budget: welkom maar omstreden
De voorgestelde €175 miljard (lopende prijzen, equivalent aan €154,9 miljard in constante prijzen van 2025) vertegenwoordigt een stijging van circa 83–87% ten opzichte van de €93,5 miljard van het huidige Horizon Europe. De stijging is ongelijk verdeeld: de EIC is de grootste proportionele winnaar met een ongeveer 3,5× budgetverhoging (van ~€10 miljard naar ~€34 miljard). Pijler I verdubbelt bijna, terwijl collaboratief onderzoek in Pijler II slechts met circa 50% groeit, een groot zorgpunt voor universiteiten en onderzoeksorganisaties.
Het budget blijft achter bij de eisen van vrijwel alle stakeholders. De Heitor-expertgroep adviseerde €220 miljard, het Draghi-rapport riep op tot circa €200 miljard, en een brede stakeholderconsensus convergeerde rond minstens €200 miljard. EP-rapporteur Ehler eist in zijn ontwerpverslag van 13 maart 2026 expliciet €220 miljard. Het Commissievoorstel is een stap in de goede richting, maar het budget kan tijdens de MFK-onderhandelingen verder worden verlaagd. Historisch precedent stemt tot zorg: het Horizon Europe-voorstel van €120 miljard uit 2018 werd tijdens MFK-onderhandelingen teruggebracht tot €93,5 miljard.
Het tiende EU-Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie
Het programma behoudt de merknaam "Horizon Europe" en introduceert een vierpijlerstructuur, maakt dual-use onderzoek standaard mogelijk, verdrievoudigt het budget van de European Innovation Council (EIC) en creëert een aparte pijler voor de Europese Onderzoeksruimte (ERA). Per maart 2026 bevindt het voorstel zich in actieve co-legislatieve onderhandeling: EP-rapporteur Christian Ehler eist €220 miljard en volledige onafhankelijkheid van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF), terwijl de Raad mikt op een Partiële Algemene Oriëntatie in mei 2026. Trilogen zijn nog niet gestart. Goedkeuring is nodig vóór eind 2027 voor een start op 1 januari 2028.
Opbouw van het programma
De Commissie heeft gekozen ervoor de merknaam "Horizon Europe" te behouden. De formele titel is Horizon Europe, het Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie, voor de periode 2028–2034, vastgelegd in voorgestelde Verordening COM(2025) 543 en Specifiek Programmabesluit COM(2025) 544.
De meest zichtbare structuurwijziging is de overgang van drie naar vier pijlers. Het huidige Horizon Europe kent drie pijlers (Excellent Science, Global Challenges & European Industrial Competitiveness, Innovative Europe) plus een horizontaal onderdeel voor widening en ERA. Het nieuwe programma verheft de Europese Onderzoeksruimte tot een volwaardige vierde pijler en herstructureert het collaboratief onderzoek fundamenteel.
| Pijler | Budget (lopende prijzen) | Belangrijkste onderdelen |
|---|---|---|
| I – Excellente Wetenschap | €44,1 miljard | ERC, MSCA, JRC (Science for EU Policies) |
| II – Concurrentievermogen en Samenleving | €75,9 miljard | Vier "policy windows" (schone transitie; gezondheid/biotech/bio-economie; digitaal leiderschap; weerbaarheid/veiligheid/defensie/ruimtevaart) + maatschappelijke uitdagingen + Missies + Nieuw Europees Bauhaus |
| III – Innovatie | €38,8 miljard | EIC (ARPA-model), innovatie-ecosystemen, kennisdriehoek |
| IV – Europese Onderzoeksruimte | €16,3 miljard | ERA-beleid, onderzoeks- en technologische infrastructuren, widening participation |
Binnen Pijler II worden de zes thematische clusters van het huidige Horizon Europe vervangen door vier policy windows, afgestemd op het nieuwe Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). Circa €68 miljard van Pijler II wordt in samenhang met het ECF beheerd, een ontwerpkeuze die het meest omstreden element in de onderhandelingen is geworden. Onderzoeksinfrastructuren verhuizen van Pijler I naar Pijler IV, en het European Institute of Innovation and Technology (EIT) is geheel afwezig uit het voorstel; de kennisdriehoekfunctie wordt opgenomen in Pijler III.
Budget: welkom maar omstreden
De voorgestelde €175 miljard (lopende prijzen, equivalent aan €154,9 miljard in constante prijzen van 2025) vertegenwoordigt een stijging van circa 83–87% ten opzichte van de €93,5 miljard van het huidige Horizon Europe. De stijging is ongelijk verdeeld: de EIC is de grootste proportionele winnaar met een ongeveer 3,5× budgetverhoging (van ~€10 miljard naar ~€34 miljard). Pijler I verdubbelt bijna, terwijl collaboratief onderzoek in Pijler II slechts met circa 50% groeit, een groot zorgpunt voor universiteiten en onderzoeksorganisaties.
Het budget blijft achter bij de eisen van vrijwel alle stakeholders. De Heitor-expertgroep adviseerde €220 miljard, het Draghi-rapport riep op tot circa €200 miljard, en een brede stakeholderconsensus convergeerde rond minstens €200 miljard. EP-rapporteur Ehler eist in zijn ontwerpverslag van 13 maart 2026 expliciet €220 miljard. Het Commissievoorstel is een stap in de goede richting, maar het budget kan tijdens de MFK-onderhandelingen verder worden verlaagd. Historisch precedent stemt tot zorg: het Horizon Europe-voorstel van €120 miljard uit 2018 werd tijdens MFK-onderhandelingen teruggebracht tot €93,5 miljard.





















