27 november 2025
“Het medicijn dat Europa nu nodig heeft, is meer samenwerking”, Robert-Jan Smits
Raúl Kalb
Communications & Events Manager
Stel uw vraag
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
27 november 2025
Communications & Events Manager
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
Voorzitter van Neth-ER Robert-Jan Smits spreekt over het belang van Europese samenwerking, en blikt terug op zijn tijd als Directeur-Generaal Onderzoek en Innovatie bij de Europese Commissie. Als DG stond Smits aan de wieg van het beroemde Horizon 2020 programma, en speelde een essentiële rol in de totstandkoming van het huidige kaderprogramma. Welke lessen vallen daar uit te halen voor de volgende EU-begroting? En wat moeten Nederlandse kennisinstellingen doen in het kader van de Europese ambities?
Robert-Jan Smits vetrok na zijn studie in Utrecht naar de Verenigde Staten. “Toen was het echt een droom. Grote ijskasten, grote steaks, alles groot, een land van onbegrensde mogelijkheden. Mijn vader had een fascinatie voor Amerika na de oorlog. Iedereen wilde naar Amerika, dus ik ook,” vertelt hij. In Boston deed Smits onderzoek naar exportcontroles. Welke export van goederen en diensten moet beperkt worden in het belang van nationale of internationale veiligheid? Dankzij een beurs van de MacJannet Foundation kon hij zijn onderzoek voortzetten aan het Graduate Institute of International and Development Studies in Genève. “Ik heb ontzettend veel genoten van en gehad aan dat internationale en sociale contact.” Smits vindt het Erasmus+-programma daarom ook buitengewoon belangrijk. Het levert de jonge generatie veel persoonlijke ontwikkeling en culturele verrijking op, zegt hij. Smits kijkt dan ook met grote belangstelling naar het nieuwe programma. Erasmus+ creëert ook een ‘gedeelde Europese identiteit’. “Oplopende politieke spanningen met China en Amerika, en toenemend nationalisme en extremisme, maken het zien en begrijpen van Europa en elkaar extra belangrijk. Daarom is de mobiliteit van jongeren binnen Europa meer dan ooit essentieel,” aldus Smits.
In juni 2025, met uitzicht op het Europees Parlement, nam Robert-Jan Smits de voorzittershamer over van oud-diplomaat Henne Schuwer. De twee voorzitters hebben veel met elkaar in gemeen. Beiden werkten lange tijd in Brussel, Schuwer als Plaatsvervangend Vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie en als kabinetschef van NAVO secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer, en Smits als Directeur-Generaal bij de Europese Commissie. Eerder publiceerde Neth-ER een interview met Schuwer, waarin hij opriep tot meer Europese slagkracht. Niet optreden als een verzameling van losse lidstaten, maar als sterk geheel met een gedeelde visie, stelde hij. Smits erkent dat belang ook. Er zijn volgens hem krachten binnen en buiten Europa, zoals buitenlandse inmenging en politiek extremisme, die de lidstaten uit elkaar spelen en de Europese Unie als geheel verzwakken. “Het medicijn dat Europa juist nu nodig heeft, is meer Europese samenwerking om te voorkomen dat ons continent geplet wordt tussen grootmachten Amerika en China,” aldus Smits.
Robert-Jan Smits is een bekende naam binnen zowel het Europese als het Nederlandse kennisveld. Hij was voorzitter van het College van Bestuur van de TU Eindhoven (2019-2025) en diende als Directeur-Generaal Research and Innovation bij de Europese Commissie (2010-2018). Sinds 2025 is hij voorzitter van The Netherlands house for Education and Research (Neth-ER). Naast het Neth-ER voorzitterschap, is Smits ook Voorzitter Raad van Toezicht Naturalis en SieboldHuis. Zijn andere nevenwerkzaamheden zijn Lid Commissie Nationaal Groeifonds, Lid Curatorium VNO-NCW, Lid International Advisory Board-Research Council Norway, Lid Senat Leibniz Gemeinschaft Berlin, Lid Hochschulrat der Ludwig-Maximilians-Universität München, Lid Science and Innovation Council IJsland en Lid Board of Trustees of the Cyprus Research and Educational Foundation.
“Het is duidelijk dat de Verenigde Staten en China strijden om de wereldhegemonie en beide landen zetten alles daarvoor in, van exportcontroles tot tarieven. Het naoorlogse systeem van mondiaal bestuur, gebaseerd op internationaal recht via organisaties zoals de Verenigde Naties en de World Trade Organisation (WTO), wordt daarbij buitenspel gezet en vervangen door het recht van de sterkste. Europa dreigt hiervan het slachtoffer te worden,” aldus Smits. Vandaar dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen pleit voor het versterken van Europa’s strategische autonomie waarbij onderzoek en innovatie een centrale rol moeten spelen. De beoogde European Innovation Act moet belemmeringen wegnemen en Europese innovatie verbeteren. Beleidsinstrumenten als de Critical Raw Materials Act en European Chips Act dienen de afhankelijkheid van derden te verminderen. Smits wijst op de cruciale rol van kennisinstellingen in deze Europese ambities. Nederlandse innovatie ecosystemen tonen hoe kennisinstellingen, bedrijven en lokale overheden samen kunnen optreden voor kennisvalorisatie en economische groei. Intensivering van deze samenwerking is nodig op Europese schaal om de innovatiekloof met China en de VS te dichten, aldus Smits.
Vanuit zijn ervaring als voorzitter van het College van Bestuur bij de Technische Universiteit Eindhoven, in het bekende Brainport Eindhoven, vertelt Smits over de kracht van samenwerking. De universiteit werkt daar samen met bedrijven als ASML, Philips en NXP aan chips en hightechsystemen in een bruisend regionaal innovatie ecosysteem. “Verbinding zoeken met de regio, niet alleen met de bedrijven, ook met de lokale overheid en bevolking.” Volgens Smits moeten “universiteiten meer dan ooit uit hun schulp komen en daarbij ook de hand reiken naar het mbo en veel nauwer samenwerken met hogescholen.” Het zoeken naar die verbinding is niet alleen binnen Nederland van groot belang, maar ook in Europa en EU-projecten. “Als een universiteit meedoet aan een Europees voorstel, is er ook nood aan technologieoverdracht naar het mkb. Hierbij kunnen bijvoorbeeld hogescholen van grote waarde zijn in een consortium,” stelt Smits.
Smits pleit ook voor meer erkenning van alle onderwijsvormen. “In Oostenrijk, waar mijn vrouw vandaan komt, zie je op de deuren bordjes met ‘Meisterhandwerker.’ Daar is trots en respect voor vakmanschap, iets waar wij in Nederland van kunnen leren,” zegt Smits. Europa heeft vakmensen hard nodig in de dubbele transitie in duurzaamheid en digitalisering, maar ook in de bouw, logistiek en zorg. Met de zogenoemde ‘Union of Skills’ wil de Europese Commissie de vaardighedenkloof dichten. Inzetten op de Centres of Vocational Excellence (CoVEs) en de Europese Universiteiten Allianties, intensiveren van onderwijssamenwerking en vergemakkelijken van mobiliteit onder beroepsonderwijsstudenten, zijn enkele prioriteiten binnen het initiatief.
“Een van de grote vragen nu is coördinatie. Hoe stemmen we nationaal en Europees beleid op elkaar af?” Smits verwijst naar het door Von der Leyen aangekondigde ‘Competitiveness Coordination Tool’, dat deel uitmaakt van de ‘Competitiveness Compass’-strategie van de Europese Commissie. Dit instrument moet ervoor zorgen dat lidstaten gedeelde EU-beleidsdoelstellingen op nationaal en Europees niveau halen. Volgens Smits “kunnen we het ons niet permitteren om die afstemming niet te doen gezien de huidige geopolitieke situatie. De ‘Important Projects of Common European Interest’ (IPCEI) zijn een goed voorbeeld van dergelijke afstemming. Onlangs is een IPCEI gestart op het gebied van chips, waarbij bedrijven zoals ASML in Nederland samen met Europese partners een plan ontwikkelen en indienen bij de Commissie,” vertelt Smits. Op deze manier kan worden bijgedragen aan de ambities van de European Chips Act die tot doel heeft de Europese strategische autonomie op het vlak van halfgeleiders te versterken en daarmee de afhankelijkheid van derden te verkleinen.
Smits noemt ook de ‘European Strategy Forum on Research Infrastructures’ (ESFRI) als goed voorbeeld van de afstemming van nationaal en Europees beleid. ESFRI bestrijdt de versnippering van beleid door een gezamenlijke visie te formuleren met de lidstaten, geassocieerde landen, en de Europese Commissie op het vlak van grootschalige wetenschappelijke infrastructuren. Denk bijvoorbeeld aan de Extremely Large Telescope (ELT). Een extreem grote telescoop die in Chili gebouwd wordt om de geheimen van het heelal te ontrafelen. Smits benadrukt nog eens dat de afstemming van Europees en nationaal beleid meer dan ooit nodig is en dat er genoeg ‘best practices’ zijn die niet alleen laten zien dat het mogelijk is, maar ook dat de meerwaarde ervan enorm is.
Europa moet zijn defensievermogen versterken, onder meer via het ReArm Europe Plan. Tijdens de NAVO-top van juni 2025 besloten regeringsleiders hun defensie-uitgaven fors op te schroeven. Die ontwikkeling roept volgens Smits ook vragen op over de koers van het nieuwe Horizon Europe programma. Dit mag niet door defensie gestuurd worden, vindt hij. Echter betekent dat niet dat er geen ruimte is voor dual use onderzoek stelt Smits, integendeel zelfs. “Veel onderzoek heeft namelijk nu al een dual use dimensie. Denk aan onderzoek op het vlak van cyberveiligheid, laser- of kwantumtechnologie. Het is nu een kwestie van de resultaten van dit civiele onderzoek beschikbaar maken voor defensiedoeleinden.”
Wat betreft de openheid binnen het volgende kaderprogramma wijst Smits op zijn rol in de voorbereiding van Horizon Europe. Hij herinnert zich een voorstel voor drie nieuwe pijlers: Open Science, Open Innovation, Open to the World. Toen klonk al kritiek op het begrip ‘open’. Een debat dat in het huidige klimaat alleen maar relevanter is geworden, vertelt Smits. Volgens hem blijft openheid cruciaal omdat onderzoekers hun resultaten moeten kunnen toetsen en samenwerking vereist nu eenmaal openheid en het delen van gegevens en data.
Verder reflecterend op zijn tijd bij het Directoraat-Generaal Onderzoek en Innovatie (DG RTD), stelt Smits dat er een duidelijke verschuiving heeft plaatsgevonden met betrekking tot de waardering van onderzoek en innovatie in het Europese beleid. “Kennis, onderzoek en innovatie hebben veel meer erkenning gekregen naast de andere beleidsterreinen van de Europese Unie,” vertelt hij. “In de tijd dat ik begon, werd DG RTD door collega’s binnen de Europese Commissie gezien als een stel excentriekelingen. Er waren collega’s die dachten dat wij witte jassen droegen.” Volgens Smits is het gelukt om onderzoek en innovatie te positioneren als drijvende kracht achter economisch en industriebeleid. Het Draghi-rapport is daar ook een enorme aandrijver in geweest vertelt hij. Deze trend is ook terug te zien in de retoriek van Von der Leyen die in het afgelopen jaar vaker sprak over kennis dan in de voorgaande vijf jaren opgeteld. Tijdens haar State of the Union sprak ze over een eventuele uitbreiding van de interne markt met de vijfde vrijheid tegen 2028. Onderwijs, onderzoek en innovatie raken dus steeds nadrukkelijker verweven met het Europese industrie- en concurrentiebeleid, en daarmee ontstaan nieuwe kansen voor het kennisveld, ook in Nederland. “Hopelijk wordt het in de komende European Research Area Act duidelijker vastgelegd dat landen drie procent van hun bruto binnenlands product moeten investeren in onderzoek innovatie,” zegt hij. “Laten we eerlijk zijn over de Europese begroting, want ook daarbinnen zijn we zijn nog niet bij de 175 miljard (Horizon Europe voorstel van de Commissie).”
“Wat ik interessant vind, is hoe goed Nederlandse kennisinstellingen het doen in het kaderprogramma. Waanzinnig goed. Ze nemen ook heel goed deel aan Erasmus+. Daarnaast vindt het Nederlandse bedrijfsleven ook steeds vaker de weg naar Europese programma’s,” vertelt Smits. Dat blijkt uit de cijfers. Uit de evaluatie van Horizon 2020 bleek dat bedrijven na deelname aan het programma gemiddeld 30% meer omzet draaiden dan hun concurrenten. Deelnemende wetenschappers werden twee keer zo vaak geciteerd in vergelijking met hun collega’s. “Neth-ER is natuurlijk een spil in het web. Door ervoor te zorgen dat iedereen de juiste informatie krijgt, en dat de Nederlandse belangen vertegenwoordigd worden. Ik heb altijd enorme bewondering gehad voor Neth-ER, vanaf het moment van de oprichting.” Volgens Smits ligt de uitdaging voor het Nederlandse kennisveld bij het vasthouden en verder uitbouwen van deze sterke positie. “Met het nieuwe kaderprogramma, Erasmus+ en andere programma’s moeten we consolideren wat we hebben en meer. Daar speelt Neth-ER een hele belangrijke rol.”
Neth-ER helpt Nederlandse kennisinstellingen hun weg te vinden in Europa. De vereniging is dé schakel tussen Nederland en Europa als het gaat om onderwijs, onderzoek en innovatie. De missie van Neth-ER is tweeledig: Neth-ER informeert het Nederlandse kennisveld over Europese beleidsontwikkelingen (wettelijke taak) en ondersteunt de leden bij hun Europese belangenbehartiging (ledentaak). Daarmee zorgt Neth-ER ervoor dat Nederland zichtbaar en invloedrijk is in het Europese speelveld van kennis en innovatie. De vereniging Neth-ER heeft acht leden en drie geassocieerde leden. De voorzitter, vicevoorzitter en penningmeester worden benoemd door de algemene vergadering voor een termijn van drie jaar, die kan worden verlengd. De functies zijn onbezoldigd, met uitzondering van een beperkte onkostenvergoeding voor de voorzitter.