Rapporteurs Christian Ehler en René Repasi van Compromis in het Parlement: 200 miljard voor Horizon Europe, los van het ECF de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) van het Europees Parlement hebben de aangepaste rapporten voor zowel het kaderprogramma als het specifieke programma voor onderzoek en innovatie (Horizon Europe 2028-2034) gepubliceerd. Hierin stellen zij amendementen voor op het voorstel dat de Europese Commissie in juli 2025 publiceerde en bouwen zij voort op de ITRE-conceptrapporten uit maart dit jaar. 


Compromis in het Parlement: 200 miljard voor Horizon Europe, los van het ECF

Parlement houdt vast aan ambitieus budget 

Het Parlement blijft bij een budget van 200 miljard euro in prijzen van 2025 voor Horizon Europe 2028-2034. Dat komt overeen met de 220 miljard euro in lopende prijzen uit het eerdere conceptrapport van Ehler, en ligt ruim boven de 175 miljard euro uit het Commissievoorstel. Het vaste aandeel van 3,3% voor widening blijft behouden. Van het budget gaat 88,8 miljard euro in prijzen van 2025 naar Pijler II. Dat is ruim 44%, vrijwel hetzelfde aandeel als in het Commissievoorstel. Daarmee zit het Parlement dicht bij het niveau waar Neth-ER voor pleit, en staat het tegenover het Ierse voorzitterschap, dat in zijn onderhandelingsdocument 158,2 miljard euro voorstelt. 

Zelfstandig Horizon Europe  

In juli 2025 stelde de Commissie voor om het onderdeel ‘Competitiveness’ van Pijler II in te richten volgens de prioriteiten van het Europees Concurrentievermogensfonds (ECF), waarbij de Commissie zelf de regie over die prioriteiten houdt. De rapporteurs kiezen daarentegen voor een autonome Pijler II: Horizon Europe behoudt eigen werkprogramma’s en het ECF bepaalt niet de onderzoeksprioriteiten. Wel blijven beide instrumenten nauw met elkaar verbonden. De vensters van Pijler II weerspiegelen die van het ECF, zodat resultaten uit Horizon-projecten een herkenbaar vervolg krijgen. Daarnaast stellen de rapporteurs Horizon Europe Pathway Actions (HEPA’s) voor, evenals gezamenlijke vergaderingen van de programmacomités. Neth-ER steunt deze benadering: Horizon Europe en het ECF moeten op elkaar aansluiten, zonder dat het nieuwe fonds de onderzoeksagenda van Pijler II bepaalt. Tegelijk is meer duidelijkheid nodig over de precieze invulling van de HEPA’s, onder meer over de deelnamevoorwaarden, de financiering en de toekenningscriteria.

Experts aan het roer 

Ook krijgen experts uit het veld een substantieel grotere rol in de governance van het programma dan in het Commissievoorstel. In de eerste versie werd er gesproken over twee Expert Councils. In het nieuwe voorstel wordt dit vereenvoudigd tot een High Level Council met ten minste dertig leden, met een spreiding over disciplines, landen en achtergronden, die de Commissie adviseert over de prioriteiten van Pijler II. De Lead Experts, die Ehler eerder al introduceerde, stellen de call topics op, die de Commissie vervolgens formeel vaststelt. Neth-ER steunt deze adviserende rol voor experts, maar vraagt om een gegarandeerde vertegenwoordiging van universiteiten, hogescholen, publieke onderzoeksinstellingen en RTO’s. 

Meer ruimte voor maatschappelijke uitdagingen 

Ook voor de opzet van Pijler II wijken de rapporteurs af van het Commissievoorstel. De Commissie stelde in juli 2025 voor om Pijler II in Horizon Europe 2028-2034 op te splitsen in twee onderdelen: ‘Competitiveness’ en 'Society'. Het ECF zou het ‘Competitiveness’-deel moeten sturen en in het Commissievoorstel is dit dan ook opgedeeld in de vier prioriteiten van het ECF. In het nieuwe ITRE-voorstel stelt het Parlement vier Competitiveness Windows, vier afzonderlijke Society Windows en één Horizontal Window voor. Het Horizontal Window ondersteunt onder meer de missies, moonshots, New European Bauhaus. Zo krijgt onderzoek naar maatschappelijke uitdagingen een duidelijke plek naast het concurrentievermogen. 

Parlement houdt Horizon Europe strikt civiel 

Hoewel de rapporteurs erkennen dat civiel onderzoek resultaten kan opleveren met mogelijke defensietoepassingen, pleiten zij in de gepubliceerde tekst niet voor expliciete dual-use-calls binnen het volgende kaderprogramma. Aanvragers zouden zich in hun voorstellen enkel op civiele doelstellingen moeten richten en deze voorstellen zouden enkel op civiele criteria geëvalueerd mogen worden. Als later blijkt dat de resultaten van een project relevant zijn voor defensiedoeleinden, dan mag de ontwikkeling van specifieke defensietoepassingen niet gefinancierd worden door Horizon Europe 2028-2034, maar moet dit via andere instrumenten lopen, zoals het defensievenster van het ECF. Dit zou eventueel door instrumenten als de HEPA’s gefaciliteerd kunnen worden. Hiermee gaat het Parlement in tegen de aanbevelingen van het expertrapport ‘Making the most of EU Research and Innovation Investments: rethinking dual-use’. Hierin pleit de Expert group on the economic and social impact of research and innovation (ESIR) voor een ‘dual-use by design’ benadering binnen het volgende kaderprogramma. Neth-ER publiceerde onlangs verschillende aanbevelingen om dual-use onderzoek en innovatie binnen FP10 werkbaar te maken voor onderzoekers en instellingen.  

Kennisveiligheid krijgt eigen plek in Horizon Europe 

Er gaat ook meer aandacht naar kennisveiligheid. Er wordt een artikel (9a) toegevoegd waarin onder andere het belang van kennisveiligheid benadrukt wordt en een European Research Security Network wordt geïntroduceerd, bedoeld om uitwisseling van best practices te bevorderen. Dit initiatief lijkt op het eerste gezicht op het door de Commissie aangekondigde Expertisecentrum voor kennisveiligheid. Neth-ER steunt de nadruk van het Parlement op kennisveiligheid. Veiligheidseisen moeten in de hele Unie op een hoog niveau worden geharmoniseerd om een gelijk speelveld te waarborgen. Onderzoekers en instellingen moeten in staat gesteld worden om risico's te identificeren, beperken en aan te pakken. Initiatieven zoals het kennisveiligheidsnetwerk kunnen hierbij een rol spelen en ons dichter bij een samenhangend Europees beleidslandschap brengen. Zo genieten de veiligheidsbelangen van de EU binnen Horizon-projecten dezelfde mate van bescherming, ongeacht de geografische locatie van de begunstigden. In het kader van kennisveiligheid is er ook meer aandacht voor de positie van derdelanden in het programma. Zo worden Zwitserland en het VK expliciet als partners genoemd. Daarnaast introduceert Ehler een nieuwe categorie van 'trusted partners'.   

Ruimte voor excellentie en nieuwe instrumenten 

Verder versterken de rapporteurs de autonomie van de ERC en de EIC, waarborgen ze het bottom-upkarakter en het budget voor de MSCA en behouden ze de eerder voorgestelde ondersteuning voor 'at risk' onderzoekers. Het aantal Europese partnerschappen in Pijler II wordt beperkt, maar ze krijgen een substantieel budget: bij de keuze voor nieuwe partnerschappen moet rekening worden gehouden met bestaande, goed functionerende samenwerkingen. Nieuwe instrumenten, zoals een pilot voor een SSH-sectorplan, fast-trackinstrumenten in Pijler I en II en ERA Excellence Grants - voor collaboratieve projecten die vanwege het beperkte budget geen financiering krijgen, maar wel als excellent zijn beoordeeld - moeten grensoverschrijdende onderzoeks- en innovatie-ecosystemen versterken. 

Context 

Het interne akkoord moet nog formeel worden goedgekeurd door de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) op 10 november voordat het Parlement er plenair over kan stemmen op 23 november. De Raad bepaalde zijn positie al in juni, dus na goedkeuring kunnen de interinstitutionele onderhandelingen tussen het Parlement, de Raad en de Commissie beginnen, de zogeheten trilogen. Rapporteurs Ehler en Repasi hebben echter aangegeven niet te willen starten met deze onderhandelingen totdat de instellingen een akkoord hebben bereikt over de overkoepelende meerjarenbegroting van de EU voor de periode 2028-2034. Neth-ER roept de Europese instellingen juist op om zo snel mogelijk tot een politiek akkoord te komen, zodat de O&I-sector zich kan voorbereiden en een valse start in 2028 kan worden vermeden op het moment dat Europa zich het minst kan veroorloven tijd te verliezen op concurrentievermogen, veerkracht en technologisch leiderschap.

 

Mede geschreven door Indy Mulder 

Blijf op de hoogte

Cookies

Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren, voor analytische doeleinden en om u gepersonaliseerde inhoud en advertenties te tonen. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, kunt u ons Cookiebeleid lezen.

Instellingen   Info  

OK

Instellingen

Essentiële cookies zijn cookies die ervoor zorgen dat de website goed functioneert en dat uw voorkeuren (vb. taal, regio) goed worden opgeslagen. Analytische cookies laten ons toe om het gebruik van de website te analyseren en de bezoekerservaring te verbeteren. (altijd actief)
Marketing cookies hebben als doel om uw ervaring te kunnen personaliseren en u relevante inhoud en aanbiedingen te sturen op deze en andere websites

Info most common cookies

Cookie Name  Value  ExpiresTypedescription